Regime Wet IB 2001

Valt uw

lijfrente onder dit regime? Lees dan hieronder welke voorwaarden voor uw lijfrente gelden.

Lijfrentevormen

De lijfrente dient te zijn vormgegeven als een:

  • levenslange oudedagslijfrente;
  • tijdelijke oudedagslijfrente;
  • nabestaande lijfrente; of
  • een combinatie van voornoemde lijfrente vormen.

Alleen op grond van het bij de Wet VPL (2006) getroffen overgangsrecht is een overbruggingslijfrente mogelijk.

Afkoop lijfrente

Bij afkoop worden er negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen. Daarnaast wordt er revisierente in rekening gebracht.

Ingangsdatum

Voor de tijdelijke oudedagslijfrente geldt een vroegste ingangsdatum. Voor de (tijdelijke) oudedagslijfrente geldt een uiterste ingangsdatum. De nabestaandenlijfrente dient in beginsel direct na overlijden in te gaan.

Begunstiging/schenking

In eerste instantie mag alleen de verzekeringnemer de begunstigde zijn. Alleen bij het overlijden van de verzekeringnemer is een ander begunstigde voor de lijfrentetermijnen.

- Maak een afspraak